Meteen naar de inhoud

Ruimte voor ruimte Limburg

De landelijke Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) is uitgevoerd van maart 2000 tot en met oktober 2001. In de zogenaamde concentratiegebieden kon men ook deelnemen aan de ruimte-voor-ruimte regeling: stoppende ondernemers die tevens de stallen sloopten, ontvingen hiervoor subsidie. Voor deze “sloopsubsidies” stelde het Rijk echter geen geld beschikbaar. De door de provincies voorgefinancierde sloopsubsidies konden achteraf worden terugverdiend met de realisatie van woningbouwkavels buiten de bebouwde kom. Voor de provincie Limburg zijn de effecten van deze ruimte-voor-ruimte regeling gekwantificeerd voor de volgende aan milieukwaliteit gerelateerde aspecten: aantal veehouderijlocaties met stallen, hoeveelheid dierlijke mest, hoeveelheid in dierlijke mest aanwezige fosfaat, emissie van ammoniak uit stallen, en aantal vierkante meters gesloopt staloppervlak.

In Limburg hebben 451 bedrijven gebruik gemaakt van de regeling. De regeling heeft geleid tot een versnelde en sociaal economisch acceptabele beëindiging van de deelnemende veehouderijen. De regeling heeft ook bijgedragen aan het definitief uit de markt halen van productierechten en het slopen van bedrijfsgebouwen. Met de regeling is 2,86 miljoen kilo forfaitair berekend fosfaat uit de markt genomen, productiecapaciteit opgeheven overeenkomend met 1,33 mln. kilo  ammoniakemissie en 0,29 mln. kubieke meters dierlijke mest. Een afname van 1,33 mln. kg ammoniakemissie uit stallen komt overeen met 18% van de ammoniakemissie van de betreffende sectoren in 2000. De afname van de hoeveelheid dierlijke mest komt per werkdag overeen met 62 transportbewegingen van tankwagens van 36 m3 gedurende de in het jaar toegestane uitrijperiode.

Aan de sloopregeling hebben in Limburg 350 van de 451 bedrijven deelgenomen. In totaal is door deze regeling in Limburg bijna 0,6 miljoen vierkante meters staloppervlak gesloopt, oftewel bijna 60 ha. Per saldo heeft de regeling een positief effect gehad op de omgevingskwaliteit, de fosfaatproductie, de ammoniakemissie, en op het mestoverschot. Daarnaast is er een economische impuls geleverd vanuit de sloopsubsidies en de woningbouw. De subsidies op de sloop van de stallen bedroegen in totaal €55,7 miljoen. De geschatte impuls van de woningbouw is berekend op €255 miljoen. De economische impuls voor de bouwsector komt daarmee uit ruim €310 miljoen.

De voorfinanciering van de sloopsubsidies was cruciaal. De verwachting is dat deze voor de Provincie wordt afgesloten met een positief resultaat van €14,5 mln. Leerpunten voor vergelijkbare transitieopgaven in het buitengebied betreffen: bouw prikkels in om te komen tot een goede business case voor de combinatie van deelnemende publieke en private partijen, maak scherpe afspraken aan de voorkant van het (langdurige) proces, kies het juiste geografische schaalniveau, bouw flexibiliteit in desgewenst om bij te kunnen sturen, en zorg voor een integrale monitoring, opdat stakeholders gedurende het hele traject het overzicht behouden.

 

Onze opdrachtgevers:

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Peter van Balkom

Specialist Markt & Keten

06 51 42 43 27
p.vanbalkom@connectingagriandfood.nl

Intensivering Toezicht Veehouderijen

Connecting Agri & Food heeft mede een analyse uitgevoerd van het project ‘Intensivering toezicht veehouderijen’ (ITV). In dit project zijn uniforme, digitale checklisten opgesteld voor alle inspecties en er is een ITV-app ontwikkeld met aanvullende beleidsinformatie zodat de individuele inspecteurs van de omgevingsdiensten op uniforme werkwijze de inspecties uitvoeren en de data opslaan. Hiervoor is een database gerealiseerd waarin per kwartaal alle informatie van de inspectiedossiers van de omgevingsdiensten binnengehaald worden. Via het ITV-portaal kan iedere gemeente de informatie ophalen. De mate van naleving kan hiermee per aspect snel inzichtelijk gemaakt worden. De projectpartners zijn overwegend positief over het project ITV. Relaties tussen provincie, gemeenten en omgevingsdiensten zijn verstevigd en nieuwe relaties zijn gelegd. Inspecties zijn geharmoniseerd en bruikbare inspectietools zijn ontwikkeld. De eenduidige wijze van controleren wordt als een groot goed beschouwd. En men is positief over de digitale middelen en de mogelijkheden die deze bieden.

De harmonisatie in de werkwijze van de drie omgevingsdiensten is een van de grote winsten van het project. Er is een compleet inzicht in, en een rapportage van, alle geïnspecteerde bedrijven. De verzamelde informatie biedt gemeenten een goede benchmarkfaciliteit en er zijn nu ‘up-to-date’ gegevens beschikbaar over een sector in beweging. De database geeft goede handvatten aan projectpartners om sneller en beter informatie te gebruiken uit de inspecties. De combinatie van (a) aanvullende indicatoren om op te beoordelen en (b) kennis van de controleur, maakt het mogelijk om (on)bewust handelen in strijd met regels sneller en beter te gaan onderkennen. Er kan nu ook een betere focus komen op toezicht op juist díe onderdelen die niet voldoende worden nageleefd. En bedrijven die meer data delen die het mogelijk maken om toezicht op afstand te houden, kunnen in een ander controlesysteem vallen. Dit kan betekenen dat er bijvoorbeeld minder frequent een bedrijfsbezoek nodig is en ook dat die bezoeken in minder tijd kunnen worden uitgevoerd.

Onze opdrachtgevers:

Logo-Provincie-1530x852

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Monique van der Gaag

Specialist Dierenwelzijn en Innovatie

06 13 75 19 97
m.vandergaag@connectingagriandfood.nl