Met de focus op kostenbeheersing heeft de varkenshouderij de afgelopen decennia de voerconversie zienderogen omlaag gebracht. “Het is nu zaak om met alle partijen om tafel te gaan om de kosten met de kwaliteit van het varkensvlees in balans te brengen”, vindt ketenexpert Gé Backus.

Enkele decennia terug verorberde het Nederlandse varken nog ruim 3 kilo voer voor 1 kilo groei. Door aanpassingen in het voerpakket, het tegengaan van voedselverspilling en vooral de inzet van magere zeugen is een voerconversie van 2,4 gemeengoed geworden. En die krappe 2,5 kilo varkensvoer bestaat voor meer dan de helft uit reststromen van de humane voedingsindustrie, zoals verschillende soorten schroten.

Ondanks dat de voerconversie gedaald is, blijft de focus van de Nederlandse varkenshouderij op het verder verlagen van de voerconversie onverminderd sterk, analyseert Backus in zijn laatste blog voor varkens.nl. “Hoewel het vanuit de kosten een logische strategie lijkt, zijn vanuit het perspectief van de keten de grenzen in zicht”, merkt de directeur van Connecting Agri & Food op. “De varkenshouderij is een kwestie van op de kleintjes letten en het is voltrekt logisch dat varkenshouders vanuit hun eigen perspectief op een lage voerconversie blijven sturen, maar de keten vraagt om stappen in kwaliteit”, ziet Backus.

Gulden middenweg

De wens om de voerconversie nog verder terug te brengen, vraagt om afstemming met vraagstukken als dierengezond en -welzijn. Volgens sectororganisaties kan de lage voerconversie nooit een doel op zich zijn. Er is altijd een gulden middenweg nodig tussen mager en vet vlees en wat je als ondernemer investeert en onder de streep overhoudt. Een mismatch tussen fokken en de marktvraag moet voorkomen worden.

Belangenorganisaties hebben via een ketenkwaliteitssysteem een gedigitaliseerd samenwerkingsverband voor ogen, waarbij groepen ondernemers volgens dezelfde eisen aan eenzelfde eindproduct werken. Landen als Spanje of sectoren als de kalverhouderij krijgen via integraties regie op de markt. De vraag is of in Nederland groepen varkenshouders de vrijheid kunnen behouden om te ondernemen en een plus te realiseren door gezamenlijk op te treden. Dat is volgens ketenorganisaties nodig, want nu zijn we gewoon te versnipperd.

Het is volgens Backus aan ketenpartijen, van fokkerij en voerproducent tot varkenshouder en verwerker, om de koppen bij elkaar te steken. “Ik denk niet zozeer aan het roer omgooien, maar meerdere kleine stapjes zetten om de kwaliteit van de producten te verbeteren.”

Smaken magere varkens minder lekker?

Voor vleesverwerkers is het volgens Gé Backus zaak om via de uitbetaling meer focus te leggen op de vetkwaliteit. Hij constateert dat een steeds groter aantal karkassen een spekdikte heeft die niet door de markt wordt gevraagd. Hij noemt deze trend Iogisch. “Voor een kilo vetaanzet is vier keer meer voer nodig dan voor een kilo eiwitaanzet.” Vleesproducent Westfort zet verschillende onderzoeken in om de vleeskwaliteit te beoordelen. Uit een eind vorig jaar gepubliceerde eerste studie blijkt dat een betere vleeskwaliteit niet voor een verschil tijdens de smaaktest zorgt. in deze studie zijn 1.300 karkassen onderzocht om de vleeskwaliteit te beoordelen.

Kansen voor vetkwaliteit

De kansen liggen volgens Backus eerder bij de vet- dan bij de vleeskwaliteit. “Vleeskwaliteit wordt vooral beïnvloed door transport en bereiding door de consument, terwijl vetkwaliteit meer in het begin van de keten door voer, genetica en aflevergewicht wordt bepaald.” Informatie-uitwisseling gaat daarbij helpen, zegt Backus.

Volgens Backus gaan objectieve parameters, bijvoorbeeld over het gehalte onverzadigde vetzuren, een verschil maken op de markt. Als voorbeeld haalt hij een land als Zwitserland aan waar ze een tiid lang worstelden met het ‘weak belly’-probleem met negatieve gevolgen voor de afzet. “In de keten is dat probleem daar opgelost en als de Zwitsers dat kunnen, kunnen we in Nederland ook stappen in kwaliteit zetten.”

Dit interview met Gé Backus verscheen in Nieuwe Oogst op 18 april 2020.

Wilt u meer weten?

Neem dan contact op met Gé Backus via 06 53 38 53 23 of g.backus@connectingagriandfood.nl

Gé Backus
Gé BackusDirecteur