Het gebruik van slimme meters om het stalklimaat te monitoren groeit. De informatie die dit oplevert, blijkt soms erg verrassend. Vooral CO2– en ammoniakniveaus wijken af van de streefwaarden.

De concentraties ammoniak en CO2 in de stallucht variëren sterk gedurende de dag en lopen sterk uiteen tussen bedrijven. Maar ook op stalniveau zijn de verschillen fors. Uit privacy-oogpunt wil Connecting Agri & Food, dat veel stalklimaatdata verzameld heeft, geen meetwaarden noemen.

Meten is weten

Het bedrijf is betrokken bij het project Meten is Weten. In dat initiatief van vleesbedrijf Vion en 22 Good Farming star-boeren wordt met sensoren het stalklimaat continu gevolgd en verbeterd. Daarnaast beschikt Connecting Agri & Food over de data van zo’n tweehonderd varkensbedrijven die gebruikmaken van zijn online-tool Slimme Stal. Dit is een dashboard op de smartphone, computer of tablet om het stalklimaat te monitoren. Op termijn komt daar de waterkwaliteit en het -verbruik bij.

Sensoren in Slimme Stal

Slimme Stal werkt met sensoren die doorlopend de ammoniakwaarde, de CO2-waarde, de temperatuur en de luchtvochtigheid in stallen meten. “Met name bij de CO2– en ammoniakwaarden komen de meeste verrassingen naar voren”, stelt Harm van der Zanden die namens Connecting Agri & Food betrokken is bij het Slimme Stal-initiatief. “De luchtvochtigheid in stallen blijft dikwijls binnen de grenswaarden.” Dat blijkt ook uit de inspectieresultaten van de NVWA, afkomstig van 53 bedrijven. De NVWA meet soms ook.

Stabiel klimaat

Een goed en vooral ook stabiel stalklimaat is om meerdere redenen belangrijk. Hoge concentraties stalgassen ondermijnen namelijk het dierenwelzijn en de diergezondheid. Het kan agressie aanjagen of versterken. Ook is er een relatie tussen slachtbevindingen en het stalklimaat.

Slecht werkend ventilatiesysteem

Hoge concentraties stalgassen zijn dikwijls het gevolg van een slecht werkend ventilatiesysteem. Als de sensoren ammoniakconcentraties meten van ver boven de 20 PPM, is het goed denkbaar dat de inkomende lucht te koud is en deels door het rooster zakt, in de put. Als de lucht vervolgens opstijgt, zit daar ineens veel NH3 in.

Relatie met ventilatieniveau

Sturen op ammoniakgehalten in de stal is echter niet altijd makkelijk. Daarbij is niet altijd een directe relatie met het ventilatieniveau. De NH3-waarde kan ook hoger zijn als gevolg van hokbevuiling, noemt Van der Zanden als voorbeeld.

De relatie tussen het CO2-gehalte en ventilatieniveau is veel directer. Hoge CO2-gehalten duiden dikwijls op een te laag ventilatieniveau, en andersom. Een CO2-gehalte tussen de 2.000 en 3.000 PPM moet het streven zijn. Als het CO2-gehalte onder de 2.000 PPM zakt, dan wordt te veel geventileerd. Dan ligt het gevaar van tocht op de loer en zijn mogelijk de stookkosten onnodig hoog.

Financiële effecten

Het gebruik van sensoren staat nog in de kinderschoenen. De data van een groeiend aantal bedrijven stromen binnen. Desondanks duurt het nog zeker een jaar voordat Connecting Agri & Food iets kan zeggen over de financiële effecten van het gebruik van slimme meters in de varkensstal. Dus wat het effect is van een goed en constant stalklimaat op de diergezondheid, de technische resultaten en karkaskwaliteit. Dat is de volgende stap waar met hulp van data-analisten aan wordt gewerkt.
Verder krijgt ook de koppeling van de gegevens een steeds grotere rol. Uiteindelijk komen data steeds meer op een plek samen en worden vervolgens verbanden tussen de gegevens gelegd.

Dit artikel verscheen in vakblad Boerderij op 28 februari 2020.

Wilt u meer weten over Slimme Stal?

Neem dan contact op met Harm van der Zanden via 06 16 04 84 75 of h.vanderzanden@connectingagriandfood.nl

Harm van der Zanden
Harm van der ZandenProductmanager Slimme Stal