Connecting Agri & Food heeft in een pilot onderzocht of met sensoren de prestatie van een bedrijf te meten is wat betreft emissie van geur. De provincie Noord-Brabant heeft daartoe opdracht gegeven. Op basis van de resultaten gaat de provincie door met de verdere ontwikkeling van het gebruik van sensormetingen.

Voor de pilot zijn metingen uitgevoerd bij varkensbedrijven en bij omwonenden. Er is gekeken of er geschikte sensoren zijn die een betrouwbaar beeld kunnen geven van de geur uit varkensstallen. Ook was het de vraag of de verzamelde data de veehouder en omwonenden dichterbij elkaar zou brengen en of dit handelingsperspectieven biedt tot om de emissieprestaties van het bedrijf te verbeteren.

Afspraken burger en veehouder

De pilot is uitgevoerd bij vijf varkenshouders, met ieder twee buren. “Het doel was om na te gaan of, op basis van continue geurmetingen, afspraken kunnen worden gemaakt tussen burgers, veehouders en overheden om het huidige vergunningensysteem te verbeteren. Met name het continu meten is nieuw en laat het verloop zien van concentraties gedurende de dag en de invloed van bijvoorbeeld weercondities”, zegt Monique van der Gaag, projectleider bij Connecting Agri & Food.

Logboek geur

“Om de doelstelling te bereiken, is de concentratie van een aantal geurstoffen gedurende minimaal vier weken gemeten op het bedrijf en bij de omwonenden thuis op het terras. Ieder uur werden de windsnelheid, windrichting, luchtvochtigheid en de temperatuur buiten vastgelegd. Gedurende twee weken hielden zowel de varkenshouder als de omwonenden een logboek bij om hun ervaringen vast te leggen.

Uit de resultaten bleek dat naast geur ook andere aspecten belangrijk zijn voor het leefklimaat. “Zo geven de omwonenden aan zich ook zorgen te maken over fijnstof. Dit is ongrijpbaar, omdat het niet direct waar te nemen is”, zegt Van der Gaag. “Voorspelbaarheid, oorzakelijkheid en beheersbaarheid zijn belangrijk in relatie tot het ervaren van hinder. Dit komt bij de meeste omwonenden naar voren. Vooraf weten wanneer er een hogere concentratie van geurstoffen is te verwachten, de oorzaak kennen  van deze verhoging en hier zelf op kunnen anticiperen, zijn aspecten die het ervaren van overlast terugbrengen.”

De resultaten laten zien dat de fluctuatie in meetwaarden gedurende de dag, en ook over de dagen buiten de stal, veel kleiner is dan binnen de stal. De piekwaarden waren in een aantal situaties terug te voeren op activiteiten in de stal.

Kansen voor de toekomst

Naar de toekomst kan gewerkt gaan worden met een meetnetwerk. Hierbij is de plaatsing van de sensoren van belang als we gaan meten er gemeten wordt met een beperkt aantal sensoren om de mogelijke hinder bij meerdere woningen te bepalen. Connecting Agri & Food heeft een model ontwikkeld om de optimale plaatsing te kunnen bepalen voor de geursensoren om de hinder bij een burgerwoning te meten. Het model maakt een afweging tussen de afstand van de sensor tot de woning en het verwachte verschil in geurniveau tussen geursensor en de woning.

“De conclusie is dat realtime metingen de ondernemer snel meer inzicht geven in de effecten van activiteiten in en om de stal op de emissie. Dit biedt ook handelingsperspectief om verbeteringsacties door te voeren. Wel is meer inzicht gewenst in de specifieke componenten in de lucht, die zijn gerelateerd aan geur uit varkensstallen. Ook is er behoefte aanen verdere ontwikkeling van sensoren om beter aan te sluiten bij de doelstellingen voor de agrarische sector. De metingen bij stal en buur geven meerwaarde voor het opbouwen van vertrouwen en het draagvlak bij de verschillende partijen. De ondernemers zien meerwaarde om zo aan te kunnen tonen dat ze het goed doen en om in het vergelijken van hun bedrijf te vergelijken met andere bedrijven. De burger daarentegen is op zoek naar minder overlast en dat kan mogelijk bereikt worden met een andere vergunning systematiek”, aldus Van der Gaag.

Connecting Agri & Food adviseert de provincie de ontwikkeling van nauwkeurigere en robuustere sensoren en meetnetwerken te stimuleren, vooral voor geur en fijnstof.  Ook is het aan te raden om veehouders en omwonenden in alle sectoren ervaring te laten opdoen met sensormetingen en samen te leren.

Doelvoorschriften

Er is al lange tijd veel discussie over geuroverlast van veehouderijbedrijven in het buitengebied. De luchtkwaliteit wordt beïnvloed door onder andere ammoniak en fijnstof. Als het gaat om geuroverlast voor omwonenden is een reeks aan andere stoffen van invloed. Het is niet eenvoudig om hier grip op te krijgen en de huidige systematiek van vergunningverlening biedt hiervoor geen directe oplossing. Deze systematiek is gebaseerd op middelvoorschriften, die aan stalsystemen emissiewaarden toekennen.
In de praktijk is echter bekend dat de daadwerkelijke emissie van een stalsysteem ook hoger of lager kan zijn en niet constant is. Dit is bijvoorbeeld ook afhankelijk van het weer en van het management op het bedrijf.
Zowel bij overheden als bij veel veehouders en omwonenden bestaat de wens om bedrijven een vergunning te verlenen voor hun daadwerkelijke prestatie, doelvoorschriften genoemd. Daarin wordt het doel aangegeven en bepaalt de ondernemer zelf hoe hij deze doelen gaat bereiken. Een belangrijke voorwaarde bij doelvoorschriften is dat eenduidig bepaald kan worden of de doelen worden gehaald.

Wilt u meer weten?

Neem dan contact op met Monique van der Gaag via 06 13 75 19 97 of m.vandergaag@connectingagriandfood.nl

Monique van der Gaag
Monique van der GaagProjectleider veehouderij en gezondheid