Meteen naar de inhoud

Vestiging van Brabantse veehouders in de Belgische grensstreek

Connecting Agri & Food heeft de vestiging van Brabantse en andere Nederlandse ondernemers in de Vlaamse grensstreek onderzocht. Tevens is nagegaan om welke de redenen veehouders zich in de grensstreek vestigen en of de recente Saneringsregeling varkenshouderij hier een rol  bij speelt. Hiertoe is een analyse uitgevoerd van het Vlaamse milieubeleid voor de veehouderij, zijn beschikbare statistische gegevens verzameld, en is een kwantitatieve en kwalitatieve inventarisatie uitgevoerd op basis van  gesprekken met deskundigen en betrokkenen.

In geen van de gesprekken zijn de Provinciale Verordening van 2017 en de Saneringsregeling Varkenshouderij aangehaald als reden om de activiteiten in België uit te gaan voeren. De inventarisatie onder deskundigen en betrokkenen is uitgevoerd op basis van vijfentwintig gesprekken met adviseurs met kennis van de situatie in België, vijf veehouders zelf, vertegenwoordigers van de Boerenbond België, medewerkers van mengvoederbedrijven, vleesverwerkende bedrijven, fokkerijorganisaties, stalinrichters, en met vertegenwoordigers van lokale overheden in Antwerpen, Hoogstraten, Merksplas, Ravels en Wuustwezel.  Een inventarisatie leverde op dat 34 Nederlandse ondernemers bekend zijn die in Vlaanderen op in totaal 79 locaties landbouwhuisdieren houden. Het betreft 27 varkenshouders, 4 pluimveehouders, 2 kalverhouders en 1 nertsenhouder. Daarnaast zijn er de afgelopen vijf jaren twee Belgische varkenshouders varkens gaan houden in Noord-Brabant.  Deze 27 varkenshouders houden samen op  64 locaties varkens in België. Gemiddeld zijn deze varkenshouders al 20 jaren actief in België.

In totaal houden voornoemde 27 Nederlandse varkenshouders ruim 9.000 zeugen en 131.000 vleesvarkens in België. De 4 Nederlandse pluimveehouders hebben in België naar schatting om en nabij 1 mln. dieren op in totaal 11 locaties. Dit komt overeen met 2,4% van het totale aantal zeugen, 3,7% van het totale aantal vleesvarkens, en 4,6% van het totale aantal vleeskuikens in Vlaanderen in 2018. Alle geïnterviewde respondenten geven aan geen bedrijf te kennen dat in het kader van de recente Saneringsregeling Varkenshouderij is gestopt in Nederland, en vervolgens in Vlaanderen varkens is gaan houden.  Het merendeel van deze varkenshouders is in de jaren negentig over de grens actief geworden, en op zoek gegaan naar een 2de locatie. Oost Europa was met 800 km te ver, en in België stonden goede betaalbare locaties te koop. De families die zich in België gevestigd hebben, zitten er al 20-30 jaar.

Op basis van de verzamelde informatie, analyse van de wet- en regelgeving in Vlaanderen en gevoerde gesprekken met deskundigen en betrokkenen wordt geconcludeerd dat het merendeel van de Brabantse en andere Nederlandse veehouders die zich in België hebben gevestigd dit al geruime tijd geleden hebben gedaan. Er zijn geen situaties geïdentificeerd waarbij varkenshouders – gebruik makend van de Saneringsregeling – stappen hebben gezet om zich in België te gaan vestigen. De kans wordt ook klein geacht dat ondernemers die in Nederland deelnamen aan de Saneringsregeling, alsnog de komende jaren in België gaan beginnen.

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Sandra van Kampen

Specialist Veehouderij & Leefomgeving

06 51 34 95 38
s.vankampen@connectingagriandfood.nl

Stalaanpassing 2024

Op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, heeft de provincie Noord-Brabant eisen opgelegd aan bedrijfsmatige veehouderijen ten aanzien van ammoniakemissie vanuit stallen. Een ondernemer heeft de keuze om aan de emissie-eisen te voldoen op bedrijfsniveau of op stalniveau. Kiest hij voor stalniveau, dan is de leeftijd van de stallen belangrijk. Stalsystemen die op 1-1-2024 ouder zijn dan 20 jaar of ouder dan 15 jaar, moeten voor januari 2024 dusdanig zijn aangepast dat ze voldoen aan de emissie-eisen. Vervolgens dienen in de daaropvolgende jaren de overige stalsystemen aangepast te worden op het moment dat deze ouder dan 15 resp. 20 jaar worden. Worden er geen aanpassingen gedaan en voldoen de stalsystemen niet aan de emissie-eisen, dan moeten de stallen buiten gebruik worden gesteld.

Connecting Agri & Food heeft onderzocht op hoeveel locaties er naar verwachting voor 2024 één of meerdere stalsystemen moeten worden aangepast op basis van de Interim Omgevingsverordening. Op hoeveel locaties moet er tot en met 31-12-2023 geïnvesteerd worden in emissie reducerende maatregelen minus het aantal locaties dat naar verwachting wordt beëindigd voor 1-1-2024.

Reden voor beëindiging van een locatie zijn de leeftijd van de ondernemer, opvolgingssituatie, leeftijd van de stalsystemen en de beschikbaarheid en effectiviteit van emissiereducerende technieken. Maar, bleek uit eerder onderzoek, ook de benodigde investeringen om te voldoen aan de gestelde emissie-eisen kunnen voor ondernemers een reden zijn om het bedrijf (vervroegd) te beëindigen. In plaats van de benodigde stalaanpassingen te doen, zullen de ondernemers de stalsystemen buiten gebruik stellen en daarmee de locatie beëindigen. Daarom kan onderscheid gemaakt worden in het aantal locaties waar, op basis van de verleende omgevingsvergunning, stalaanpassingen gedaan zouden moeten worden én het aantal locaties waarop ondernemers daadwerkelijk het voornemen hebben om stalaanpassingen door te voeren. Of dit voornemen om aanpassingen te doen vervolgens kan worden uitgevoerd hangt af van de financierbaarheid en het tijdig verkrijgen van de juiste vergunning.

In het onderzoek is uitgegaan van 4.385 actieve locaties. Belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat elke sector nog een opgave heeft ten aanzien van het emissiearm(er) maken van verouderde stalsystemen. Naar verwachting zal op zo’n 2.210 locaties de ondernemer de stallen nog moeten aanpassen. Dit zijn dus locaties die (nu nog) niet voldoen, maar waar naar verwachting de ondernemer wél aanpassingen gaat doen. Gekeken naar de diergroepen betekent dat dat circa 90% van de melkveehouders, 55% van de vleeskalverhouders, 75% van de geitenhouders, 72% van de varkenshouders, 48% van de leghennenhouders en 31% van de vleeskuikenhouders nog stalaanpassingen moet doen als ze na 1-1-2024 de stallen willen blijven gebruiken. 

 

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Sandra van Kampen

Specialist Veehouderij & Leefomgeving

06 51 34 95 38
s.vankampen@connectingagriandfood.nl