Ga naar de inhoud
Home » Blog » Webinar: Slim meten is sterk ondernemen

Webinar: Slim meten is sterk ondernemen

Webinar: Slim meten is sterk ondernemen

Als we technisch zóveel kunnen meten, hoe maken we dat dan tot iets waar de veehouder echt sterker van wordt – én waarmee vergunningverlening weer in beweging komt? Tijdens het webinar ‘Slim meten en sterk ondernemen’ gaven Tom Ploeger, adviseur bij DLV Advies en Harm van der Zanden, specialist emissiemonitoring bij Connecting Agri & Food, antwoord op deze centrale vraag.

Het webinar maakte deel uit van de Praktijkaanpak emissiearme veehouderij. Binnen die aanpak is Tom voorzitter van de thematafel Sensoren, datasystemen en protocollen. “Wij focussen ons met name op innovaties op stalniveau,” legt hij uit. “Waarbij heel duidelijk gemeten kan worden. En de vraag voor de ondernemer is dan: hoe krijg jij grip op je emissie?”

Bekijk het webinar

Twee sleutels nodig voor openen stikstofslot

Al vroeg in het webinar kwam de basis van het hele verhaal langs: het stikstofslot. Jurist Harm Borgers licht in een video toe dat er volgens hem twee ‘sleutels’ nodig zijn om dat slot open te krijgen. De eerste sleutel gaat over de emissies op het boerenerf, de tweede over het herstel van de natuur in Natura 2000-gebieden. Over sleutel 1 zegt hij: “Het gaat over het management van de boer op de hoeveelheid emissies die er maximaal op het boerenerf plaatsvinden. De boer kan ‘in control’ zijn met managementtechnieken, echte techniek op de stal, beheersing van de hele productstroom. En dat kan ook geregistreerd worden met informatie. Met deze data kan de boer aantonen dat hij onder zijn plafond blijft.” Sleutel 2 ligt bij de overheid. “De provincie moet sturen op de hoeveelheid stikstof die in een gebied terechtkomt, als een soort milieugebruiksruimte. Een plafond waar de emissies van alle boeren samen onder moeten blijven. Aan de ene kant heb je dat plafond voor het gebied, aan de andere kant de natuuropgave.” Die twee sleutels horen bij elkaar. Zonder grip op emissies per bedrijf geen geloofwaardige gebiedsaanpak, en zonder duidelijke kaders voor het gebied geen stabiel spoor voor investerende ondernemers.

RAV-lijst maakt plaats

Daarmee kwam het gesprek bij de kern van Tom Ploegers thematafel: doelsturing. Jarenlang was de RAV-lijst de basis voor vergunningverlening. Een lijst met technieken, elk met een normatief emissiegetal. Dat systeem heeft bij de rechter geen stand gehouden, omdat die normatieve waarden te weinig zeggen over wat er op een individueel bedrijf gebeurt.
Tom vat de omslag als volgt samen: “We waren in de vergunningverlening altijd gewend om te werken met de RAV-systematiek. Nu gaan we naar een vorm van vergunningverlening op basis van doelsturing. Dat houdt eigenlijk in dat je een plafond krijgt op bedrijfsniveau, waarbij de boer zelf in handen heeft hoe hij gaat werken aan zijn emissies. Dat kan zijn middels techniek, dat kan zijn middels management. En dat gaat per boer, per stal en per sector verschillen.”
Doelsturing betekent dus niet dat iedereen dezelfde techniek moet toepassen, maar dat ieder bedrijf z’n eigen route kiest naar hetzelfde doel: onder het emissieplafond blijven. Volgens Tom past dat beter bij de praktijk. “Er zijn zoveel factoren die invloed op de emissies kunnen hebben. Het is niet alleen techniek en management, maar ook weersomstandighedenbuitentemperatuur, noem maar op. Daarom is het voor een agrarische ondernemer zó belangrijk dat je zicht krijgt op waar emissies ontstaan op je bedrijf – en belangrijker nog: wat je eraan kunt doen.”

Meten moet eerlijk zijn

Dat zicht begint bij meten. Harm van der Zanden is als specialist emissiemonitoring betrokken bij zo’n 35 pilotbedrijven. De afgelopen jaren stonden vooral in het teken van één vraag: kúnnen we in stallen goed en betrouwbaar meten?
“We hebben ons de afgelopen twee jaar met name gefocust op: kunnen we technisch goed en betrouwbaar meten?”, vertelt Harm. “En ik denk dat we daar inmiddels wel van kunnen concluderen dat we met name ammoniak en methaan gewoon goed en betrouwbaar kunnen meten, technisch gezien.” Hij schetst hoe dat in de praktijk werkt. In mechanisch geventileerde stallen, zoals veel varkensstallen, worden debieten gemeten met bijvoorbeeld meetwaaiers. In natuurlijk geventileerde melkveestallen wordt met een CO₂-massabalans gewerkt om het luchtdebiet te berekenen. Dat is complexer, maar niet ondoenlijk. Bij open melkveestallen worden meetleidingen onder de nok aangebracht, conform uitgewerkte protocollen.
Ook achtergrondconcentraties van buitenlucht krijgen aandacht. “Je kunt inderdaad bepaalde concentraties van buiten je stal in je stal krijgen. Het is niet fair als die worden meegenomen in je eigen emissieafrekening. Daarom meten we op sommige plekken ook de achtergrondconcentratie waar de lucht de stal binnenkomt,” legt Harm uit. Meestal blijken die waarden laag, maar het principe is duidelijk: meten moet eerlijk zijn.

Management bepalend voor waardes

Meten is echter geen doel op zich. De data moeten de veehouder helpen om te sturen. En juist daar wordt het interessant. In een van de pilots vergelijkt Harm twee melkveestallen met dezelfde techniek en vloer. “We kwamen tot de conclusie dat je bij beide bedrijven totaal andere waardes ziet. Dan ga je doorvragen en dan blijkt toch dat het management van die ondernemer heel bepalend kan zijn op de gegevens, in positieve én in negatieve zin.” Het gaat dan bijvoorbeeld om voer, eiwitniveau, stalhygiëne, mestbesmeurd oppervlak, vochtigheid op de roosters, mestaanpak of toevoegmiddelen. Of, zoals Tom het verwoordt: “Managementmaatregelen zijn de makkelijk toepasbare maatregelen. Denk aan het verlagen van je eiwit of een stukje stalhygiëne. Dat heeft vaak al een groot positief gevolg op je emissieuitstoot. Daar zou je in principe morgen mee kunnen beginnen.” In verschillende pilots is te zien dat luchtwassers of andere systemen in eerste instantie vaak onder de beoogde reductie presteren. Zodra de ondernemer inzicht krijgt in de metingen en met begeleiding leert sturen, kan het rendement sterk verbeteren. Harm: “We hebben projecten gezien waar we de boer een aantal maanden de tijd geven. Met inzicht en de juiste mensen om zich heen om aan de knoppen te draaien, zien we het rendement stijgen van 50 naar 90 procent.”

Van ruwe data tot verhelderende rapportages

Tegelijkertijd is helder dat er meer nodig is dan uitsluitend techniek op het bedrijf. Als doelsturing de basis moet worden onder vergunningen, dan moet de hele keten rond die metingen juridisch stevig staan. “We zijn een systeem aan het optuigen, maar wel met het uiteindelijke doel dat het juridisch ook een haalbare kaart is,” aldus Harm. Het protocol wordt omgeschreven naar een NEN-norm, zodat duidelijk is welke sensoren gebruikt mogen worden, hoe die getest, gekalibreerd en geplaatst moeten worden en hoe controlemetingen eruitzien. De overheid wil van publiek naar meer privaat georganiseerd meten, en dat vraagt strakke afspraken.
Ook data-opslag en -deling zijn gevoelige punten. Veehouders moeten hun data durven gebruiken én delen, zonder bang te zijn voor cherry picking op ruwe cijfers zonder context. “Als je hele ruwe data krijgt zonder enige context, dan is het heel makkelijk om daar verkeerde conclusies aan te trekken,” waarschuwt Harm. Daarom verwerken meetbureaus de ruwe data tot rapportages die recht doen aan het geheel. De veehouder blijft eigenaar, maar staat er niet alleen voor in de interpretatie.

Is emissiemanagement te betalen?

Een vraag die veel deelnemers bezighoudt, gaat over kosten. Een exact bedrag per stal is nu nog niet te geven. Een belangrijk deel van de jaarkosten zit op dit moment in de verplichte controlemetingen door geaccrediteerde partijen. De techniek zelf is de afgelopen jaren al flink goedkoper geworden, mede doordat meer meetbureaus en sensorleveranciers de markt zijn opgegaan. De jaarkosten van het meten van emissies moet echt naar beneden als we dit een kans van slagen willen geven. Daarmee raakt hij een bredere spanning: het systeem moet technisch en juridisch kloppen, maar ook praktisch en betaalbaar zijn voor de veehouder. “We blijven natuurlijk kijken: uiteindelijk moet het haalbaar, maar ook betaalbaar zijn, want anders zijn we met z’n allen aan een systeem aan het werken wat geen landing gaat vinden in de sector,” vat Harm samen.

Menukaart aan maatregelen

Aan het eind van het webinar keert Tom nog één keer terug naar de kern: doelsturing is nieuw. Dat betekent risico’s – voor de ondernemer én voor de overheid. Maar het is ook de weg vooruit. “Je neemt altijd een risico als je aan een innovatie begint, of het nou een technische innovatie is of een procesinnovatie zoals doelsturing. Dan is het wel heel fijn als jij comfort hebt als ondernemer, dat jij weet waar je emissies hebt en hoe jij kan sturen. Maar ik denk dat het ook geldt voor de overheid. Degene die de vergunning uiteindelijk moet gaan afgeven, moet ook comfort krijgen dat de betreffende ondernemer in staat is om te werken aan emissiereductie.”
De techniek is er. De pilots laten zien dat meten kan, dat sturen werkt en dat management echt verschil maakt. Nu is het zaak om die ervaringen breder te gebruiken, de menukaart aan maatregelen te vullen en van data handelingsperspectief te maken. Of, zoals Harm het kort samenvat: “We hebben inmiddels echt al wel laten zien dat technisch heel veel mogelijk is en gewoon echt heel veel kan. Nu wordt het tijd dat we hier gas mee gaan geven.”

Het webinar is mogelijk gemaakt door: Praktijkaanpak Emissiearme Veehouderij

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Harm van der Zanden

Specialist Veehouderij & Emissiemonitoring

06 16 04 84 75
h.vanderzanden@connectingagriandfood.nl