Ga naar de inhoud
Home » Blog » ‘Meten of de luchtwasser doet wat die belooft’

‘Meten of de luchtwasser doet wat die belooft’

'Meten of de luchtwasser doet wat die belooft'

Nu er in Brabant twijfels zijn gerezen over de werking van de combi-luchtwasser, wil varkenshouder Arno van Son graag weten of zijn biologische luchtwasser wel doet wat die belooft. Daarom doet hij mee aan het project ‘Continu Meten Noord-Brabant’, van Provincie Noord Brabant. Het project wordt op zijn bedrijf uitgevoerd door Connecting Agri & Food

Arno van Son (38) runt in Valkenswaard een volledig gesloten bedrijf met 350 Topigs20-zeugen en 3.800 vleesvarkens. De dieren zitten verdeeld over vier stallen: een zeugenstal, een biggenstal en twee vleesvarkensstallen. Zowel in de zeugenstal als in een van de twee vleesvarkensstallen draait een biologische luchtwasser.

Het meetproject vindt plaats bij de vleesvarkensstal. Daar zijn diverse sensoren geïnstalleerd, zowel buiten (voor de luchtinlaat) als binnen: voor de wasser in de centrale afzuiging, en boven bij de luchtwasser, bij de uitgaande lucht. Die sensoren meten een scala aan parameters: CO2, methaan, ammoniak, de relatieve luchtvochtigheid en de binnen- en buitentemperatuur. Ook het ventilatiedebiet wordt straks gemeten, om de uiteindelijke uitstoot nauwkeurig te kunnen berekenen. De meeste sensoren zijn in maart al geïnstalleerd; de levering van de debietmeters had wat vertraging. Die volgen binnenkort, hoopt Arno.

Hij participeert in het project omdat hij graag cijfermatig wil kunnen onderbouwen dat de biologische luchtwasser de in Brabant vereiste 85 procent emissiereductie daadwerkelijk kan realiseren. “Met bronmaatregelen kom ik daar niet aan dus de luchtwasser is voor mij de enige optie”, geeft hij aan.

“Ik zie de bio-luchtwasser, met al z’n bacteriën, als een verlengstuk van mijn bedrijf. Al die ‘beestjes’ moet ik ook goed managen. Daar wil ik meer inzicht in krijgen. Ik wil weten aan welke knoppen ik moet draaien voor het beste resultaat, en welke invloed de verschillende factoren hebben. Zoals het weer, de temperatuur en de luchtvochtigheid. Daar wil ik een beetje gevoel bij krijgen.”

Arno wil ook onderzoeken of doelsturing wel past bij het systeem van een biologische luchtwasser. “We gaan steeds meer richting vergunningverlening op basis van metingen op bedrijfsniveau, maar daar moet het systeem wel bij passen. En een biologische luchtwasser – of welk ander systeem ook – werkt nooit áltijd voor de volle 100 procent. De dieraantallen, het weer, het voer, alles is van invloed op de werking van de luchtwasser.”

“Bij heel warm weer móet je bijvoorbeeld meer ventileren voor het dierwelzijn, maar dan gaan er dus ook meer kuubs in kortere tijd doorheen, waardoor de luchtwasser niet optimaal kan functioneren. Ik denk dat doelsturing zeker goed is om een richting aan te geven waar het heen moet, maar het is ook goed om een bandbreedte in te bouwen.” Hij vergelijkt het met de maximumsnelheid op de weg. “Volgens de wet mag je bijvoorbeeld niet harder rijden dan 50, maar altijd precies 50 rijden is ondoenlijk. De ene keer rijd je 40 en de andere keer 60.”

De veehouder is benieuwd wat er straks uit de metingen komt. De sensoren zijn in maart geïnstalleerd door Connecting Agri en Food. Dat ging prima, volgens Arno. “Maar voordat alle materialen zijn geleverd en de sensoren hangen, en alles is ingeregeld, ben je gauw anderhalf, twee maanden verder. Officieel duren de metingen binnen dit project een jaar, gerekend vanaf het moment dat alles is ingeregeld en draait.”

Tot nog toe is hij uitstekend te spreken over de samenwerking met Connecting Agri & Food.

“De lijnen zijn kort en de communicatie is prettig. Zij houden op de achtergrond ook alles goed in de gaten, via het dashboard. Als er bijvoorbeeld een sensor hapert, krijg ik al vrij snel een whatsappje.”

Hoewel de metingen nog maar net zijn begonnen, begint Arno al wel patronen te herkennen. Warm weer is zoals gezegd van invloed op de prestaties van de wasser, maar ook aspecten als voer en dieraantallen. Voor zover hij het nu kan inschatten, is een emissiereductie van 85 procent zeker mogelijk. “Maar de debietmetingen moeten nog, dus ik houd nog even een slag om de arm.”

De belangstelling van collega-varkenshouders is wisselend, is zijn ervaring. “Sommigen vragen zich af waar dit voor nodig is, anderen zijn wel geïnteresseerd. Maar ik denk wel dat iedereen langzamerhand gaat beseffen dat we wel die richting op gaan, van doelsturing middels individuele metingen.”

Wat hoopt hij uiteindelijk te bereiken? “Dat we kunnen laten zien wat we doen. En dat datgene wat we doen, ook goed is.”

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Harm van der Zanden

Specialist Veehouderij & Emissiemonitoring

06 16 04 84 75
h.vanderzanden@connectingagriandfood.nl

Sandra van Kampen

Specialist Veehouderij & Leefomgeving

06 51 34 95 38
s.vankampen@connectingagriandfood.nl