Ga naar de inhoud
Home » Blog » Afsluiting IPB pilotproject: ‘Meten is weten, maar het draait om de juiste keuzes en kennis’

Afsluiting IPB pilotproject: ‘Meten is weten, maar het draait om de juiste keuzes en kennis’

Afsluiting IBP pilotproject: 'Meten is weten, maar het draait om de juiste keuzes en kennis'

In 2022 startte  Connecting Agri & Food samen met varkensbedrijf VeVar in Ospel een innovatief pilotproject gericht op het real-time meten van ammoniak- en geurstofemissie met behulp van sensortechnologie. Nu drie jaar later, is het project afgerond en is het duidelijk geworden dat sensoren een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het geven van inzicht in milieuprestaties van stallen in de veehouderij. Sandra van Kampen, Specialist Veehouderij & Leefomgeving bij Connecting Agri & Food, deelt haar inzichten over de voortgang van dit project en de vervolgstappen voor de sector.

Wat zijn de belangrijkste inzichten die we uit de afgelopen twee jaar hebben geleerd?
Sandra: “Een van de belangrijkste lessen uit het project is dat sensortechnologie effectief kan zijn voor het meten van ammoniakuitstoot in stallen. We hebben betrouwbare sensoren die in staat zijn om de concentratie ammoniak in de lucht in continu te meten. Dit heeft ons geholpen om inzicht te krijgen in de variaties gedurende de dag, bijvoorbeeld hoe de emissie fluctueert tijdens het voeren of in de nacht wanneer de ventilatie lager is, en de verschillende rondes. Maar meten is geen doel op zich. Het gaat  erom dat de veehouder ook handelingsperspectief heeft om de emissie te verlagen indien dat nodig is. Op basis van  de gegevens die de sensoren opleveren, kan een veehouder, eventueel in overleg met diverse specialisten, zelf keuzes maken om de emissie verder te beperken. 

Wat moeten we nog doen om dit systeem verder te verbeteren?
Sandra: “Er is nog een ontwikkeling nodig in de manier waarop de gegevens kunnen worden ingezet door de ondernemer. We hebben het nu over het verzamelen van data, maar hoe vertalen we die data naar concrete maatregelen die een boer kan nemen? Wat blijkt is dat de prestaties van de systemen sterk afhankelijk kan zijn van meerdere factoren, zoals klimaat in de afdeling, mestafvoer en voer. De data is er, maar er is kennis, tijd en ervaring nodig om met die gegevens bij te kunnen sturen. Er moet vooral nog veel praktijkervaring opgedaan worden zodat de verkregen data niet alleen inzicht biedt, maar ook daadwerkelijk een verschil kan maken in de bedrijfsvoering van de veehouder.”

In hoeverre wordt de technologie nu al als betrouwbaar beschouwd voor vergunningverlening?
Sandra: “Dat is inderdaad een belangrijke vraag. De technologie kan een stap vooruit zijn in de zoektocht naar een betrouwbare manier om emissies te meten, maar er zijn nog juridische hobbels te nemen. In het project werken we met sensoren die bewezen hebben dat ze de ammoniakconcentraties nauwkeurig kunnen blijven meten. Zij moeten nog door Wageningen UR officieel worden gevalideerd. Daarnaast moet nog bepaald worden hoe deze metingen geïntegreerd kunnen worden in de vergunningverlening. Wanneer sensoren deel gaan uitmaken van de vergunning, moet aangetoond kunnen worden dat ze goed functioneren, bijvoorbeeld door controlemetingen uit te voeren. Er moet afgesproken worden hoe vaak de sensoren gevalideerd moeten worden en wat een acceptabele afwijking is. Vanuit de overheid is het traject opgestart om protocollen en richtlijnen hiervoor verder uit te werken. Als meetbureau leveren we hiervoor waardevolle, praktische inbreng. Vanuit Connecting Agri & Food dringen we erop aan ook de betaalbaarheid van het systeem mee te nemen, en niet alleen de hoogst mogelijke juridische zekerheid. Dat is nodig om grootschalige uitrol ook financieel mogelijk te maken.”

Kan geur echt worden gemeten met sensoren, en zo ja, wat betekent dit voor de sector?
Sandra: “Het lijkt mogelijk om geurpatronen in beeld te brengen, het is nog niet mogelijk om de uitkomsten te vertalen naar odeur units. Het meten van geur is een complex vraagstuk. Ammoniak is relatief eenvoudig meetbaar met sensoren, maar geur bestaat uit een breed scala aan vluchtige stoffen, waarvan sommige al bij zeer lage concentraties waarneembaar zijn. We gebruiken in dit project een geurstoffensensor die een totaalbeeld geeft van de aanwezige vluchtige organische stoffen, maar dat wil niet zeggen dat die stoffen ook ruikbaar zijn voor de mens en zo bijdragen aan geur. Overigens zegt het meten van geurstoffen uit een stal niets over de geurbeleving van omwonenden, dat is voor een groot deel subjectief en afhankelijk van persoonlijke associaties. De vraag is of er op termijn sensoren komen die voldoende nauwkeurig zijn om betrouwbaar geuremissie te meten zodat er op gehandhaafd kan worden. De sensor kan wel bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in patronen, wat mogelijk perspectief biedt om maatregelen te nemen het patroon te verlagen.”

Wat is de rol van sensoren in de transitie naar doelvoorschriften voor de veehouderij?
Sandra: “De overstap van middel- naar doelvoorschriften is een belangrijke stap voor de sector, en sensoren zullen een sleutelrol spelen als het gaat om doelsturing voor stalemissies. Tot nu toe wordt een stalsysteem op vier plaatsen doorgemeten gedurende 6 meetdagen, en resulteerde dit in een gemiddelde emissie(factor). Continu meten biedt veel meer en specifiekere informatie, dit biedt de mogelijkheid om gerichter maatregelen in te zetten. Door het verzamelen van gegevens kan de ondernemer bijsturen en optimaliseren: welke maatregelen werken het beste om de emissie te reduceren? Dit is noodzakelijk omdat de veehouder het verkregen plafond absoluut niet mag overschrijven én dit ook aan moeten tonen bij het bevoegd gezag.”

Wat moet er volgens jou gebeuren om sensortechnologie breder te implementeren in de veehouderij?
Sandra: “Op technisch vlak zijn we al heel ver en wordt het systeem steeds robuuster. Doorontwikkeling is nog nodig, maar er is meer nodig voordat we op grote schaal continu meten en doelvoorschriften uit kunnen rollen. De pilots die tot nu toe hebben gedraaid, hebben zich vooral gericht op het technische aspect van het meten met sensoren. Voordat we als sector klaar zijn voor grootschalige uitrol van doelsturing is het nodig om in de veilige omgeving van pilots en/of studiegroepen te oefenen met sturen van emissie o.b.v. sensordata. Dit is ook de plek om de al aanwezige kennis op dit gebied te bundelen en verder uit te bouwen. Zodat als we dan echt met doelsturing aan de slag gaan, ondernemers goed beslagen ten ijs kunnen komen en beschikken over voldoende handelingsperspectief én het bevoegd gezag voldoende vertrouwen heeft in het systeem. 

Wat kunnen we verwachten voor de toekomst van sensortechnologie in de veehouderij?
Sandra: “Ik ben optimistisch over de toekomst van sensortechnologie in de veehouderij. De technologische vooruitgang gaat snel en de toepassingen worden steeds veelzijdiger. We zullen waarschijnlijk meer gedetailleerde data kunnen verzamelen die relevant zijn voor de verduurzaming van de sector. De uitdaging ligt in het verbinden van deze technologie met de dagelijkse praktijk van veehouders en het beleid. Als we dat goed doen, kan sensortechnologie de veehouderijsector helpen om duurzamer te worden en tegelijkertijd aan de strenge milieuvoorschriften te voldoen.”

Meer informatie
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, over dit project of wilt u de mogelijkheden m.b.t. (slimme) sensoren bespreken, neem dan vrijblijvend contact op met Sandra van Kampen, s.vankampen@connectingagriandfood.nl. Zij helpt graag om de antwoorden op uw vragen helder te krijgen.

Bijdrageregeling interbestuurlijk programma (IBP) 
Het IBP-project ‘Van middel- naar doelvoorschriften/Vevar’ is gericht op het realtime meten van ammoniak en geurstofemissie. Dit project werd ondersteund door de provincie Limburg, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Nederweert en is eind 2024 afgerond. 

Liever kijken dan lezen? In deze video leggen we het kort en duidelijk voor je uit.

Wilt u meer weten?

Neem contact op met onze specialisten. 

Sandra van Kampen

Specialist Veehouderij & Leefomgeving

06 51 34 95 38
s.vankampen@connectingagriandfood.nl